Bij een vergelijkbare snelheid (bijvoorbeeld 11,0 km/u) bedroeg zijn lactaatwaarde in augustus 2,88 mmol/L, maar in oktober slechts 2,33 mmol/L. Hij produceert nu minder lactaat bij dezelfde belasting, wat betekent dat zijn lichaam efficiënter werkt. In oktober kon hij een hogere snelheid (11,5 km/u) aanhouden bij een lager lactaatniveau (3,49 mmol/L) dan in augustus (4,07 mmol/L bij dezelfde snelheid). Zijn lactaatdrempel is duidelijk naar rechts verschoven, wat wijst op een beter uithoudingsvermogen.